Een garderobe die werkt
Een kast die vol is en waarin niets past, is een kwestie van combineerbaarheid.
Combineerbaarheid
Een kledingstuk is bruikbaar wanneer het met minstens drie andere dingen te dragen valt. Een stuk dat maar bij een ding past, blijft hangen, hoe mooi het ook is.
Opbouw
- Een beperkt kleurenpalet als basis, met een of twee accentkleuren.
- Per categorie een aantal dat past bij het wasritme.
- Twee gelegenheden dekken: dagelijks en net.
- Schoenen die bij het merendeel van de kleding passen.
Pasvorm
| Punt | Waarom |
|---|---|
| Schouderlijn | Moeilijk aan te passen, bepaalt de pasvorm |
| Mouw- en broeklengte | Eenvoudig te laten verstellen |
| Taille | Beperkt in te nemen bij een naad |
Een kledingstuk dat op de schouder past en verder te ruim is, is bruikbaar. Omgekeerd niet.
Materiaal lezen
Het waslabel zegt meer over de levensduur dan het prijskaartje. Een katoenen tricot van 180 tot 220 gram per vierkante meter houdt vorm; onder de 150 gram wordt het doorschijnend en vervormt het.
Afwegen bij aankoop
De vraag is niet of iets mooi is, maar met hoeveel dingen het past, hoe vaak het gedragen wordt en of het in het gewone wasritme past. Wat handwas vraagt, gaat in de praktijk zelden aan.