Kruiden en specerijen gebruiken

Het moment waarop een kruid in de pan gaat, bepaalt meer dan de hoeveelheid.

Het onderscheid

Kruiden zijn de bladeren van een plant, specerijen komen uit zaden, wortels, schors of vruchten. Kruiden zijn vluchtig en gaan aan het eind in het gerecht; specerijen verdragen hitte en mogen mee bakken.

Wanneer toevoegen

SoortMoment
Zachte kruiden zoals peterselie, basilicum, dilleVlak voor het serveren
Harde kruiden zoals tijm, rozemarijn, laurierTijdens het koken
Gemalen specerijenKort meebakken in vet
Hele specerijenDroog roosteren, daarna malen

Vet als drager

Veel aromastoffen lossen op in vet en niet in water. Specerijen kort meebakken in olie of boter geeft daardoor meer smaak dan ze in een waterige saus strooien.

Bewaren

Donker, droog en gesloten, weg van de kookplaat. Gemalen specerijen verliezen binnen een jaar het grootste deel van hun aroma; hele zaden houden het jaren vol. Een klein molentje lost dat op.

Verse kruiden

Peterselie en koriander houden het langst met de stelen in water in de koelkast. Basilicum juist niet koud zetten: die wordt zwart onder de tien graden. Overtollige kruiden zijn in te vriezen in olie in een ijsblokjesvorm.

Meer in eten

Doordeweeks koken zonder gedoe

Hoe een weekmenu wordt opgezet dat standhoudt, welke basisvoorraad dat mogelijk maakt en hoe voorbereiden tijd bespaart.

Eetbare bloemen

Welke bloemen eetbaar zijn en hoe ze gebruikt worden, met de voorzorgen rond herkomst, bespuiting en verwarring met giftige soorten.